VERSLAG PRINSJESLEZING 2023

Op woensdag 13 september werd de PrinsjesLezing verzorgd door Marko Hekkert, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving en tevens hoogleraar Dynamiek en Innovatiesystemen aan de Universiteit Utrecht. 

Plaats van handeling: de grote zittingszaal van de Hoge Raad der Nederlanden.

Ieder jaar kiest de festivalorganisatie een centraal thema; voor deze editie was dat “Met elkaar over twintig jaar – Welke keuzes vraagt dat nu?”. In de PrinsjesLezing wordt dat thema verdiept.

De bezoekers van de PrinsjesLezing worden welkom geheten door Dineke de Groot, de president van de Hoge Raad. Zij licht de positie van de Hoge Raad in een democratische rechtsstaat toe en gaat kort in op de hoofdtaken van de Raad: rechtseenheid, rechtsvorming en rechtsbescherming. 

Zij sluit haar introductie af met op te merken dat een kenmerk van een democratische rechtsstaat is dat een monoloog niet volstaat; juist het debat is van belang, de uitwisseling van gedachten. Daaraan indachtig spoort zij de toehoorders aan om de lezing van Hekkert niet alleen aan te horen, maar ook met hem in gesprek te gaan. 

Nadat Hekkert zichzelf heeft voorgesteld en heeft aangegeven waar het Planbureau voor de Leefomgeving voor staat, start hij zijn lezing (met als titel “Van crisis naar transformatie”) door aan te geven hoe hij zich erover verwondert dat het momenteel wat de leefomgeving betreft wel lijkt alsof Nederland in een permanente crisis verkeert. Er wordt onder meer gesproken over een klimaatcrisis, een stikstofcrisis, een aankomende watercrisis. Terwijl het gaat om vraagstukken, die al decennia lang om aandacht vragen en waarvan het ook nog decennia lang zal duren voordat ze zijn opgelost. Wetenschappers hebben het probleem van de klimaatverandering al lang geleden benoemd, maar toch duurt het heel lang voordat de overheid, die probeert om grote leefomgevingsvraagstukken aan te pakken, daadwerkelijk actie onderneemt. We staan nu op een punt dat we de komende 7 jaar evenveel moeten doen en veranderen als we in de afgelopen 30 jaar hebben gedaan. Er is sprake van, wat Hekkert noemt, transformatiefalen. 

“Waar het eigenlijk op neer komt: we hebben het te goed”, aldus Hekkert.

De meeste grote vraagstukken worden pas op de langere termijn voor de mensen echt een probleem en hier en nu merken we daar nog (te) weinig van. We leven bovendien in een tijdperk, waar veel perfect is geregeld. Als je op een knopje drukt, is er licht en we vinden dat allemaal de normaalste zaak van de wereld. Hekkert verwijst naar een studie, waarin is aangegeven wat er allemaal moet gebeuren, voordat je een pak sinaasappelsap in de winkel kan kopen. Daar zit een heel systeem achter. Alle bedrijven, die zich daarmee bezig houden hebben veel technologie ontwikkeld en een infrastructuur opgebouwd om maar te zorgen dat het systeem perfect werkt. Maar die opgebouwde systemen zitten ook muurvast. Omdat het zo goed gaat, willen we er geen afstand meer van nemen. Bedrijven willen best veranderen, maar wel met als uitgangspunt de manier waarop ze het altijd hebben gedaan. Het gaat dan dus om optimaliseren, of perfectioneren. Maar het zit niet ons DNA om het radicaal anders te doen. Dat is dus transformatiefalen, dat we met z’n allen niet in staat zijn om problemen, die we wel zien, op de noodzakelijke radicale manier aan te pakken. 

Als we dat erkennen, dan is de logische stap dat er een overheid nodig is, die aan het stuur zit om de grote maatschappelijke problemen aan te pakken. Alleen: die overheid is zelf ook onderdeel van het systeem, en heeft er dus net zo goed veel moeite mee om afstand te nemen van hoe het altijd ging en hoe het altijd werkte.